|
|
|
Aan de Provinciale Commissievoor Ruimtelijke Ordening W. Wilsonplein 2 9000 Gent Baasrode, 6 september 2007
Betreft: bezwaarschrift tegen het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP) ‘Afbakening kleinstedelijk gebied Dendermonde’ en de deel PRUP’s Geachte, Als plaatselijke afdeling van de vzw Natuurpunt (werkingsgebied: o.a. Baasrode en Lebbeke) en beheerder van ca. 50 ha natuurgebied in de Vlassenbroekse Polder en van ca. 5 ha natuurgebied in Denderbellebroek {ondertussen maakt dit deel uit van het erkend natuurgebied Beneden-Dender, totale erkende oppervlakte 21 hectare) zijn wij betrokken en belanghebbende bij de afbakening van het kleinstedelijk gebied Dendermonde. Bijgevolg wensen wij hierbij bezwaar in te dienen tegen enerzijds de afbakening op zich en anderzijds de deel-PRUP’s voor het bedrijventerrein 'Hoogveld K' en 'Dendermonde west'.
Algemene bezwaren zijn de volgende: Schending van het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004 en van het Verdrag van Aarhus: Het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur legt de overheid, niet alleen een passieve maar ook een actieve openbaarheid van bestuur op. Voormelde openbaarheid heeft inzonderheid betrekking op bestuursdocumenten die milieu-informatie bevatten (art. 3, 5°), omvattende onder meer “maatregelen en activiteiten die aanleiding geven of kunnen geven tot druk op het milieu, alsook de analyses en evaluaties ervan die relevant zijn voor de maatregelen en activiteiten”. Talrijke omwonenden zowel te Baasrode als te Oudegem zijn op nog geen enkel wijze ingelicht over de plannen, waaraan de provincie al meerdere maanden, zelfs jaren werkt. Het verplichte openbaar onderzoek van 60 dagen wordt georganiseerd in volle vakantietijd, meer bepaald van 16 juli tot 13 september. Een publieke informatievergadering werd georganiseerd op 3 juli, tijdstip dat reeds vele mensen op vakantie zijn vertrokken. Het is zeer duidelijk dat het Provinciebestuur op die wijze de inspraak van de burger wil beknotten. Nochtans heeft het Provinciebestuur de wettelijke verplichting volgens het decreet om de bevolking of de betrokken doelgroepen systematisch, correct, evenwichtig, tijdig en op verstaanbare wijze voor te lichten over haar beleid en diende ze de bevolking reeds van bij het begin bij haar afbakeningsplan te betrekken. Over enige systematische, correcte, evenwichtige of tijdige voorlichting is absoluut geen sprake geweest. Het Verdrag van Aarhus werd omgezet in de vlaamse regelgeving door het decreet, betreffende de openbaarheid van bestuur en het besluit van de vlaamse regering van 28 oktober 2005 en regelt de actieve verspreiding door de overheid van milieu informatie. In artikel 1 van voormeld Verdrag van Aarhus wordt het volgende gesteld: “om bij te dragen aan de bescherming van het recht van elke persoon van de huidige en toekomstige generaties om te leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn, waarborgt elke Partij de rechten op toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden”. Verder stelt artikel 6.4. van het Verdrag van Aarhus: “elke Partij voorziet in vroegtijdige inspraak, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden”. Artikel 7 stelt: “elke Partij dient passende praktische en/of andere voorzieningen te treffen voor inspraak voor het publiek gedurende de voorbereiding van plannen en programma’s betrekking hebbende op het milieu, binnen een transparant en eerlijk kader, na het publiek de benodigde informatie te hebben verstrekt”. Tot op heden hebben de inwoners van het deel-PRUP Hoogveld K geen enkele inspraak in de besluitvorming gehad. Zij wisten gewoonweg niet dat er plannen waren om achter de Wolvestraat (einde Schippersdijk) en tussen de Mechelsesteenweg en de Wolvestraat (einde Schippersdijk) een bedrijventerrein te vestigen.
Schending van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999 Volgens artikel 44, §1, tweede lid van het decreet van 18 mei1999 dient de deputatie het voorontwerp van PRUP naar de planologische ambtenaar te sturen, de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten én de adviserende diensten. Ondanks deze verplichting werd de Raad voor het leefmilieu, waarin een afgevaardigde zetelt van Natuurpunt ‘sHeerenbosch, niet op de hoogte gebracht van zowel de startnota als het voorstel van afbakening als het voorontwerp (concept). Volgens de toelichtingsnota zit de Raad van het Leefmilieu in de stuurgroep en werd er overleg gepleegd met de stuurgroep op respectievelijk 9 december 2003 over de startnota, op 15 februari 2005 over het voorstel van afbakening en op 27 februari 2007 over het voorontwerp (concept). Dit is pertinent onwaar want er is tijdens het planningsproces geen overleg geweest met de Raad voor het Leefmilieu. Conform artikel 45, §4, derde lid van het decreet van 18 mei 1999 dient de gemeente binnen de termijn van het openbaar onderzoek tevens haar advies te bezorgen aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. De gemeente heeft reeds een gunstig advies verleend, vooraleer de resultaten te kennen van het openbaar onderzoek hierdoor miskent de gemeente derhalve het doel van het openbaar onderzoek. Bovendien werd dit advies van de gemeente gegeven alvorens advies in te winnen van de stedelijk adviesraden (onder andere de Raad voor het Leefmilieu). Bovendien is het openbaar onderzoek geschonden doordat het plan, dat ter inzage lag op de gemeente niet volledig was, meer bepaald er ontbrak een stuk van het deelplan Hoogveld K.
Schending van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995 In artikel 4.1.4. § 1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt gesteld dat een milieueffect- en veiligheidsrapportage dient opgesteld te worden dat beoogt, in de besluitvorming over acties die aanzienlijke milieueffecten kunnen veroorzaken en/of die een zwaar ongeval teweeg kunnen brengen, aan het milieubelang en de veiligheid en de gezondheid van de mens een plaats toe te kennen die evenwaardig is aan de sociale, economische en andere maatschappelijke belangen. In bijlage II, 10, a van het besluit van 10 december 2004 van de Vlaamse regeling, houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectenrapportage, staat bepaald dat een milieueffectenrapport moet opgesteld worden voor infrastructuurprojecten, zijnde industrieterreinontwikkeling met een oppervlakte van 50 ha of meer. Al de op stapel staande uitbreidingen van Hoogveld samen (in westelijke richting uitbreiding I en J en in oostelijke richting uitbreiding K) zijn meer dan 50 ha. Zij vormen samen met het bestaande bedrijventerrein een aaneengesloten geheel en bijgevolg is de impact dezelfde dan één terrein van meer dan 50 ha. Door het opsplitsen van de taakstelling van 58 ha tracht de provincie haar verplichting tot het opstellen van een milieueffectenrapport te omzeilen. Nochtans kan hiervan alleen afgeweken worden indien een gemotiveerd verzoek wordt ingediend. Gelet op het feit dat dergelijk gemotiveerd verzoek niet werd ingesteld, schendt de provincie het decreet van 5 april 1995.
De redenen van ons bezwaarschrift met betrekking tot afbakening en deel –PRUP ‘Hoogveld K’ zijn de volgende: De argumentatie om het ganse grondgebied van Baasrode met uitzondering van de Vlassenbroekse Polder op te nemen in het kleinstedelijk gebied is beperkt en onjuist: er is immers helemaal geen ruimtelijke verwevenheid van de kern Baasrode met het industriegebied Hoogveld. Bovendien is de afstand tussen Dendermonde centrum (stad) en de kern van Baasrode te groot (ca. 5 km) om alles op te nemen in het KLEINstedelijk gebied. Het overgangsgebied tussen de kern van Baasrode en het industriegebied Hoogveld is, in tegenstelling met wat staat geschreven in de toelichtingsnota, niet versnipperd met industriële complexen maar bevat nog veel open ruimte en is bijgevolg niet geschikt voor opname in het kleinstedelijk gebied. Baasrode heeft absoluut geen stedelijk karakter. Baasrode heeft wel een belangrijke industriële traditie maar dit is heel lang geleden (18 de eeuw). Dit argument kan bijgevolg nu niet aan de basis liggen om Baasrode op te nemen in het kleinstedelijk gebied. Het is niet omdat de stad jaren niet heeft geïnvesteerd in het centrum van Baasrode, dat hierdoor op het eerste gezicht een beetje verkommerd is, dat Baasrode meer ‘stad’ dan ‘dorp’ is. Opvallend is ook dat de laatste 5 jaar er veel woningen te koop staan in Baasrode. Er is bijgevolg geen woningsnood in Baasrode. De noodzaak om de schaarse open ruimte in te palmen voor woningbouw is niet aangetoond. Met dit plan worden verschillende nieuwe bebouwingen voorzien in de open ruimte terwijl de open ruimte zoveel mogelijk moet worden beschermd. Ten koste van schaarse open ruimte is ook een verdere uitbreiding van het Hoogveld voorzien, tot aan de achtertuin van de inwoners van de Wolvestraat, Distelstraat, Baasrodestraat en Hoogveld. De milieustudie omschrijft het woongebied in de Wolvestraat (en einde Schippersdijk) als zeer kwetsbaar en verwacht dat deze woonzone grote hinder zal ondervinden van het bedrijventerrein (milieustudie 1.2.9.2.). Als milderende maatregel wordt onder meer een bufferzone voorgesteld van slechts 50 meter, terwijl deze in de rest van het Hoogveld 100 meter bedraagt. Het RUP “Hoogveld I”, goedgekeurd bij besluit van 18 mei 2006 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen werd op 9 januari 2007 bij arrest nr. 166.436 van de Raad van State geschorst omwille van het feit dat de voorschriften een onvoldoende rechtszekerheid verschaffen met betrekking tot de rechtstoestand van de gronden die binnen het beheersingsgebied van het bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan zijn gelegen. Ook de voorschriften van de deel-PRUP voor het bedrijventerrein Hoogveld verschaffen een onvoldoende rechtszekerheid met betrekking tot de rechtstoestand van de woningen die binnen het gebied zijn gelegen. Zo is het helemaal niet duidelijk of deze woningen al dan niet worden onteigend. Er is geen enkele behoefte voor de inplanting van bijkomend industrieterrein op het Hoogveld. De zogenaamde taakstelling is geen deugdelijke basis om, in strijd met de doelstelling om de open ruimte maximaal te beschermen, overbodige industrieterreinen ten koste van open ruimte in te planten. Bovendien geldt deze taakstelling slechts als richtlijn en is bijgevolg niet bindend. De betreffende taakstelling werd de afgelopen jaren reeds ruimschoots ingevuld door de uitbreiding van het Hoogveld in westelijke richting (gebied tussen N41 en Lange en Korte Dijkstraat). Hiervoor werd bij ministerieel besluit van 29 juni 2006 een PRUP goedgekeurd: uitbreiding met ca. 21 ha industriegebied. Waarom nu al weer een nieuw uitbreidingsgebied voor industrie als het bestaande uitbreidingsgebied nog niet is ingevuld? Bovendien was het centrale uitgangspunt dat een zoekzone voor een gemengd regionaal bedrijventerrein gesitueerd moet worden in de onmiddellijke omgeving van de N41. Dit is voor Hoogveld K niet het geval: grenst namelijk niet aan de N41. In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Dendermonde is er ook enkel een uitbreiding van Hoogveld voorzien in westelijke richting en niet in oostelijke richting. De uitbreiding van het Hoogveld is bovendien in strijd met de doelstelling van het uitvoeringsplan om de open-ruimtekamers tussen het Hoogveld en Baasrode te behouden als landschappelijke overgangselementen tussen industrie en wonen, meer bepaald door de open-ruimtekamer tussen Wolvestraat, Distelstraat, Baasrodestraat en Hoogveld te bestemmen als een bedrijventerrein. De zogenaamde open-ruimtekamers horen thuis in het buitengebied. De term ‘stedelijke landbouwgebieden’ is op zich een contradictie. Het volledige landbouwgebied tussen Dendermonde en Baasrode wordt opgenomen in het stedelijk gebied terwijl het thuishoort in het buitengebied. Ook de dorpskern van Baasrode hoort niet thuis in het stedelijk gebied. De bebouwing in Baasrode moet landelijk blijven en zeker niet stedelijk met hoogbouw en dergelijke. Bijkomende verkeershinder is niet aanvaarbaar. De voorgestelde milderende maatregelen in de milieustudie zijn ruimschoots onvoldoende. Dat deze onvoldoende zijn, blijkt bijvoorbeeld uit de stelling dat om in aanmerking te komen als een regionaal bedrijf, een bedrijf minstens 50 werknemers dient tewerk te stellen (toelichtingsnota p. 155). Gelet op het feit dat de minimale perceelsgrootte 5.000 m² bedraagt en het bedrijventerrein 33 ha bedraagt, leert een eenvoudige rekensommetje ons dat er tijdens de spitsuren maar liefst tot 3.300 personenvoertuigen kunnen bijkomen! Zonder hierbij nog rekening te houden met een stijgend vrachtvervoer, vragen wij ons af hoe de deskundige verkeer kan stellen dat de toename van het wegverkeer door de uitbreiding van het bedrijventerrein Hoogveld eerder beperkt is (milieustudie p. 22). Bovendien wordt het bedrijvenpark Hoogveld niet rechtstreeks omsloten via het hoofdwegennet waardoor het niet geschikt is om nieuwe regionale bedrijven aan te trekken. De doortrekking van de N41 naar Aalst zal het probleem niet oplossen, zeker niet als men van deze doortrekking een verkapte autosnelweg voor vrachtwagens maakt. Dergelijk doortrekking zoals voorzien in het afbakeningsplan zal nog meer vrachtwagenverkeer aantrekken, dit terwijl Dendermonde nu al een ‘verkeersinfarct’ is, met nog meer fijn stof en ongezonde lucht tot gevolg. Het uitvoeringsplan is volledig opgehangen aan de uitbouw en doortrekking van de N41 als primaire weg wat manifest in strijd is met het Structuurplan Vlaanderen dat de doortrekking van de N41 duidelijk niet als primaire weg heeft geselecteerd.
Schending van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997: Een groot deel van de Vlassenbroekse polder maakt deel uit van het habitatrichtlijngebied ‘Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent’ (BE2300006) en is opgenomen in het Natura2000 netwerk van Europese beschermde gebieden. Dit gebied werd ondermeer opgenomen voor het behoud en de ontwikkeling van alluviale bossen (habitattype 91E0) (B.S. 17/08/2002). Deze bostypes zijn deels kwelwaterafhankelijk en zijn bij Europa als een prioritair te beschermen en te ontwikkelen bostype aangeduid (Decleer 2007).
Hoogveld K paalt aan de Vlassenbroekse Polder, die deel uitmaakt van het habitatrichtlijngebied ‘Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent’ (BE2300006) en is opgenomen in het Natura2000 netwerk van Europese beschermde gebieden. Dit gebied werd ondermeer opgenomen voor het behoud en de ontwikkeling van alluviale bossen (habitattype 91E0) (B.S. 17/08/2002). Deze bostypes zijn deels kwelwaterafhankelijk en zijn bij Europa als een prioritair te beschermen en te ontwikkelen bostype aangeduid (Decleer 2007). Om deze natuur te versterken voorziet de toelichtingsnota in een groene dooradering van het kleinstedelijk gebied, waarbij het “zaak is het groen te laten doordringen tot in de diepe vezels van het stedelijk gebied”. Een eerste kans om de natuur van de Vlassenbroekpolder in het stedelijk gebied te laten doordringen, wordt echter onmiddellijk gefnuikt door het plannen van een bedrijventerrein van 33 ha groot, Hoogveld K. Een gebied waar regelmatig broedplaatsen van vogels worden gespot! Bovendien bestaat er hierdoor een risico op geluidsoverlast, lucht- en lichtvervuiling. Zelfs wanneer deze vervuiling volgens de milieustudie na het invoeren van milderende maatregelen verwaarloosbaar tot licht negatief zou zijn, is er kans op een licht negatief effect. Opvallend hierbij is nog dat de milieustudie uitgaat van een bedrijventerrein van ca 17 ha, terwijl uit de toelichtingsnota en de stedenbouwkundige voorschriften blijkt dat het bedrijventerrein ca 33 ha groot wordt. Door de opname van de openruimte ten zuiden van de Baasrodestraat zal door bijkomende bebouwing een lokaal infiltratiegebied verdwijnen. Hierdoor zal de hydrologie van het natuurgebied de Vlassenbroekse Polder, gelegen ten noorden van de Baasrodestraat, worden verstoord. Nu zorgt dit lokaal infiltratiegebied mede voor ondiep kwelwater in het natuurgebied terwijl op termijn het regenwater zal worden afgevoerd via riolering of beken. Deze wijziging in hydrologie zal zijn impact hebben op de typische flora in het nabijgelegen erkend natuurgebied ‘Vlassenbroekse Polder’. In de milieustudie wordt in punt 1.2.3. met betrekking tot de fauna en flora op p. 17 gesteld dat: “aangezien de geplande site een uitbreiding vormt van een reeds bestaand bedrijventerrein, zullen in de omgeving van het plangebied reeds rustverstoringsbronnen aanwezig zijn. De rustverstoring t.g.v. de uitbreiding van het industrieterrein zal dus een beperkte toename van deze verstoring genereren waardoor dit als licht negatief (-) beoordeeld wordt”. De Vlassenbroekse Polder bevindt zich ook ten opzichte van Hoogveld K in de overheersende windrichting. Het risico op luchtverontreiniging met bijkomende impact op flora en fauna is onvoldoende onderzocht noch werden hiervoor randvoorwaarden gesteld. Ook door het stelselmatig verder innemen van de openruimte aan de andere kant van de Mechelsesteenweg geraakt de Vlassenbroekse Polder meer en meer geïsoleerd, daar deze voor de rest omsloten is door de Schelde en de dorpskom van Baasrode. Hierdoor gaan belangrijke ‘stepping stones’ of ‘groene vingers’verloren waardoor migratie van dieren zo goed als uitgesloten wordt. Op grond hiervan lijkt het ons toch aangewezen dat een grondige en ernstige milieustudie wordt gemaakt over de gevolgen op de Vlassenbroekse Polder, waarbij niet kan volstaan worden met de loutere vermelding dat er “leemten in de kennis” zijn. Volgens artikel 36ter, § 1 van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, dient elk plan of project, dat een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken, te worden onderworpen aan een passende beoordeling wat betreft de betekenisvolle effecten voor de speciale beschermingszone. Volgens een dienstorder (LIN 2002/9) van 15 mei 2002 van de Vlaamse Gemeenschap dient een passende beoordeling te worden gevoegd bij elke bouwvergunningsaanvraag voor een locatie die zich op minder dan 700 m van een Habitatrichtlijngebied bevindt en die met grote waarschijnlijkheid een betekenisvolle impact kan hebben op dit gebied. Pas nadat een passende beoordeling werd gemaakt en wanneer de overheid de zekerheid heeft verkregen dat het plan het betrokken gebied niet zal aantasten, mag een plan goedgekeurd worden. Daar op basis van de ontoereikende milieubeoordeling niet kan worden vastgesteld welke concrete gevolgen het project op het gebied heeft, wordt het decreet betreffende het natuurbehoud geschonden.
De redenen van ons bezwaarschrift met betrekking tot deel–PRUP ‘Dendermonde -West’ en zoekzone voor uitbreiding van VPK zijn de volgende: De opname van ruim 15 ha landbouwzone, plaatselijk gekend als de “Tachtig” in het stedelijk gebied als ruimte voor de mogelijke uitbreiding van VPK is in strijd met de doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om de open ruimte maximaal te beschermen en om versnippering tegen te gaan. Door de opname van de “Tachtig” in het stedelijk gebied gaat de open ruimte tussen Oudegem en Mespelare in belangrijke mate verloren. Er wordt een verdere uitbreiding van VPK voorzien zonder rekening te houden met de hinder voor de inwoners van Oudegem. Het industrieterrein van VPK voldoet door het ontbreken van enige bufferzone t.o.v. het woongebied (er is nog niets eens een behoorlijk groenscherm) niet aan de geldende wettelijke bepalingen voor industrieterreinen. Enige uitbreiding is dan ook niet aanvaardbaar. VPK hoort op geen enkele wijze thuis in het stedelijk gebied Dendermonde. Een scenario waarbij de dorpskern van Oudegem als buitengebied wordt bestemd met de Oudegemse baan als grenslijn van het stedelijk gebied van Dendermonde is in strijd met iedere redelijkheid. De opname van VPK in het stedelijk gebied is volledig in strijd met de doelstelling van het afbakeningsplan om versnippering tegen te gaan. De opname van VPK moet dan ook enkel dienen om de bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen te omzeilen en op die wijze uitbreiding van hinderende industriële activiteiten mogelijk te maken op een plaats waar dat volgens het structuurplan Vlaanderen niet meer kan. Het bedrijf VPK is niet behoorlijk ontsloten in functie van zeer veel vrachtwagentransporten. De thans geplande oplossing via de Denderoever is zowel ruimtelijk als verkeerstechnisch een verkeerde optie. Er is immers te weinig ruimte tussen de bedrijfsinstallaties en de Dender om een weg voor vrachtwagenverkeer tussen te wringen. Bovendien zal deze weg het bestaande toeristische fietspad langs de Dender volledig verknoeien. Dit terwijl het bedrijf aan een spoorweg en aan de Dender ligt. Bestendiging van het bedrijf op de huidige plaats is enkel aanvaardbaar indien de bestaande vrachtwagentrafiek kan worden afgebouwd door omschakeling naar vervoer via spoor of water. Het is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat VPK het spoor niet gebruikt om de vrachtwagenoverlast in de dorpskern van Oudegem te verminderen. Ook door de inplanting van een bijkomende nieuwe gevangenis, in een groengebied gaat opnieuw heel wat open ruimte verloren, wat in strijd is met het Structuurplan Vlaanderen. De ontsluiting van de geplande gevangenis is problematisch. Geen enkele van de bestaande straten nl. Eikelstraat, Oud Klooster en Galeidestraat kan het verkeer van de geplande gevangenis opvangen. De locatie zit geprangd tussen Dender enerzijds en de spoorlijn Dendermonde – Gent anderzijds zodat een andere verkeersafwikkeling dan via Gasthuisstraat en verder Paardentrap onmogelijk is. Dit leidt sowieso tot onoverkomelijke verkeersproblemen tussen de Geldroplaan en de overweg aan de Boonwijkstraat.
Lieve Gielis secretaris afdeling ‘sHeerenbosch Broekkantstraat 248 9200 Dendermonde |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website
verzenden aan
geert.vandamme@meerskant.org.
|