|
|
|
Door de gelukkige natureluurder
Van wintertenen naar zomersproetenSinds ik enkele jaren geleden besloot om lid te worden van onze natuurvereniging, kijk ik wat vrolijker aan tegen het dagelijkse leven. Om een voorbeeld te geven, vroeger dacht ik dat onze ronde bol vol was met kommer en kwel (kwel = het langzaam doordringen van water, Van Dale). Nu weet ik dat de mens veelal zijn problemen zelf zoekt. Toen ik dit in het begin van de week vertelde aan Clemang, mijn gebuur-filosoof, gaf hij me volkomen gelijk. Met u kan ik tenminste nog resoneren, sprak hij. Met diene ginder, en hij wees naar Fillemong, mijn rechtse gebuur die elke morgen passioneel bladeren wegveegt, heb ik altijd ambras. Hij heeft alleen maar ’s morgens de gelegenheid om een woordje te wisselen want in de namiddag rijdt Fillemong telkens naar een of ander winkelcentrum waar hij samen met zijn eega de vitrines begaapt en steevast wat pannenkoeken of een wafel naar binnen worgt. Ik zie hem in gedachten zitten zabberen aan zijn koffie met slagroom, onderwijl zeurend over de dure schoenen, het parkeerprobleem aan het winkelcentrum of de kramiekige autobus waarmee ze tweemaal per jaar naar de Costa del dinges reizen. Het schoonste van al is dan nog dat hij achteraf vertelt van de prachtige uitstappen met moeilijke Spaanse namen terwijl hij hier na vier straten zijn weg al kwijt is. En de zee is tenminste nog blauw. Dit zegt hij telkens weer. Ik vroeg aan Clemang of hij het ook gelezen had van de stijging van het zeeniveau met 0,1 millimeter. Eigenlijk was dat toch niet om bang hoeven te zijn? Ik had het beter niet gezegd want mijn gebuur die goed op de hoogte is van aardrijkskunde en andere metingen, vertrouwde me toe dat dit feit juist grote problemen zal opleveren. Hoezo? Op het eerste gezicht betekent 0,1 mm inderdaad zo goed als niets. Het wordt enigszins anders wanneer ge weet dat er driemaal zoveel water is als land. Om het nog beter te begrijpen, vertelde Clemang, dat wanneer ge alle werelddelen naast elkaar zoudt plaatsen, deze nog bijlange de Atlantische oceaan niet bedekken. Kunt ge u indenken, zei hij ernstig, wat een gewicht die 0,1 millimeter betekent? Ik begreep niet waar hij naartoe wilde. Wel, dat smeltwater van de polen en de gletsjers, komt terecht in de oceanen en door de middelpuntvliedende kracht vloeit al dat extragewicht naar de evenaar. Zou dat een rol spelen? Dit kan van groot belang worden, zei Clemang, stel u voor dat de aarde die rond haar eigen as draait, stilaan versnelt, of dat de aardas zich wat verplaatst! En dan? vroeg ik nogal dom. Als onze wereldbol sneller om haar as draait, worden de dagen korter. Stel u voor dat een dag plots maar 23 uren meer telt! Door het verminderde zonlicht zullen de planten trager groeien, met alle gevolgen vandien: nog meer honger in de wereld. Maar dat is nog niks, waarschijnlijk zal ik mijn Rodania moeten vervangen en ook alle toestellen waar een uurwerk ingebouwd werd zoals een videotoestel of een computer. Ons Jeanine die vanuit haar keuken meeluisterde, riep dat ze dan automatisch veel ouder ging worden omdat ze elke dag 1 uur opspaart. Dat klonk nog zo slecht niet. Ook een gewijzigde aardas kon zo zijn gevolgen hebben. Als de wereld verder kantelt, komen we meer naar de evenaar te liggen, met als resultaat alle dagen goed weer en minder verbruik van de chauffage. Stel u voor, binnen enkele jaren houdt onze natuurvereniging nog eens een boomplantactie. Met palmbomen, sequoïa’s (mammoetbomen) en andere uitheemse planten die plots inheems worden. Het wordt heerlijk genieten. Al is zo’n dag van 23 uur wel rap om ... De gelukkige natureluurder Het wietseizoen"De zomer is vergangen, ik zie den mistenschijn. De bomen zijn behangen, met spinnenkoppennet gordijn." Clemang, mijn linkse gebuur die veel van de natuur afweet maar weinig van de dichtkunst, vindt dit nogal rommelige poëzie. Maar ik trek het me toch niet aan. De dichterlijke vrijheid heeft ook haar rechten, net zoals het natuurlijk milieu, zeg maar de natuur. Over de natuur gesproken, het is weer het seizoen van het wietvogeltje. U kent dit vogeltje niet? Misschien gaat er u een licht op als ik zeg dat dit een bruin-groen-grijs vogeltje is genre tjiftjaf, dat voortdurend ‘wiet’ zingt of zegt. Wel driehonderd keer na mekaar. En dit zonder zot te worden. Elk jaar wanneer de zomer ver uitgezongen is, verschijnt het wietvogeltje op het toneel met zijn wietgeluid. Ik zal toch eens moeten vragen aan een echte vogelliefhebber om dit beestje eens te determineren (herkennen). Misschien dat de alom gekende kenner Moens Fons wel bereid is om met zijn verrekijker en zijn Peterson (vogelgids) het vogeltje op naam te brengen. Wat me ook opvalt: het wietvogeltje komt steeds vroeger. Net zoals de bladeren die van de bomen vallen. Maar Clemang zei dat dit door de droogte komt. Hij vond het ook grappig dat de boeren die de lagere delen van de weilanden opvulden met grondoverschotten, nu extra verdroogde weilanden aan hun koeien moeten aanbieden. Terwijl juist die lagere gedeelten vroeger zorgden voor mals gras in een hete zomer. Met het milieu echter gaat het almaar beter. Onlangs stond in de Morgen, waar ik nu een abonnement op heb, dat het opgehaalde afval fel verminderd is. Dit is eindelijk verheugend nieuws. Clemang was het daar niet mee eens en zei dat er nu overal afval gegooid wordt. Kom eens mee naast de N41 zei hij. Tussen de boompjes op de wegbermen is het daar precies een tweedehandswinkel. Kies maar uit, een TV, een koffiezet (enigszins uitgebrand), allerhande kleren, autobanden nog goed voor op uw remorque, verfpotten met nog flink wat restje verf in voor de logeerkamer van mijn schoonmoeder, een teddybeer met een oog uit, plastiek bussen met afgedraaide olie, tot zelfs verfrollen die na eens uitgespoeld zo goed als nieuw zijn. De nieuwe minister van Leefmilieu, X (ik ben zijn naam vergeten) zal toch tevreden zijn met de cijfers. Weg is weg. Mijn rechtse gebuur Fillemong zit met zijn gade nog in Blankenberge. Die profiteert elk jaar van het nazomertje om in september tegen verlaagde prijs de toerist uit te hangen. Een nadeel is dat ge zo bruin niet terugkomt. Vooral zijn vrouw vindt dat erg. Ondertussen hebben twee houtduiven al zijn vlierbessen opgegeten. Hij zal dit jaar geen vliersiroop moeten maken. Maar misschien zijn er nog wat bessen over in Buggenhoutbos en kan ik hem bewegen van ondertussen eens de natuurzoektocht te doen die op zijn laatste benen loopt.. Vliersiroop, bladeren die vallen, de paddestoelen die de kop opsteken en het wietvogeltje. Allemaal voorbodes van de winter. Maar met een warmer klimaat en een winter zoals aan de Azurenkust, zijn de vooruitzichten nog zo slecht niet. De gelukkige natureluurder De pier is geworpenOp het ogenblik dat ik deze woorden schrijf is de uitslag bekend van de verkiezingen. De groene partij is uitgeschoven op het glibberige pad van de verantwoordelijkheid nadat ze de week voordien al lelijk uitgescholden werd in de platte-broodjes-betoging in Gent. Zelfs Fillemong, mijn rechtse gebuur en min of meer getuige van Jehova citeerde: “Dierlijk leven is eveneens heilig voor de Schepper. Een christen kan dieren doden om zich voedsel en kleding te verschaffen of om zich te beschermen tegen ziekte en gevaar. Het is echter verkeerd om dieren te mishandelen of ze louter voor de sport of om het plezier te doden.” Da’s gene kak, zei ik. Neen, antwoordde Fillemong, da’s Genesis 3:21. Hij was ook niet te spreken over gigolo-minister Gabriëls die mee betoogde tegen wat hij even ervoor mee goedkeurde. Waarbij deze man de naam Gabriël, de aartsengel, ten schande maakte. Hij zal branden in de hel des duivels! Voor één keer moeten ze daar op de energiefactuur niet zien. Zo sprak getuige Fillemong.
Het leven gaat altijd verder behalve bij de mensen die SARS in hun longen kregen want daar hebben de doktoors nog niets tegen gevonden. Clemang, mijn linkse gebuur die veel weet over de natuur en over de gezondheid (opgelet, dit gaat samen) zei eergisteren dat er zeker in de natuur al een middel bestaat tegen SARS, alleen is het nog een kwestie van het te vinden. Misschien zit het wel in de bloedbaan van de blinde bij (Eristalis tenax) die we zonder mede(d)ogen doodslaan met een opgevouwen krant. Een gemakkelijke moord trouwens wat dat beest ziet het toch niet aankomen. Wie het wel zag aankomen was de jonge merel die zijn eerste vlieglessen kreeg en ineens de koudgroene poeze-ogen voor zich zag opdoemen. Ons Jeanineke liep er nog naar toe maar poes had al toegeslagen. Een klauw en een nekbeet, een vodje merel was het resultaat. Stoute poes! Dan hebben onze mussen meer geluk. Zo zag ik vorige week, tijdens de siësta van onze bloeddorstige poes, hoe vader en moeder mus tijdens een huiselijk tafereel hun kleintjes leerden snoepen van paardenbloemzaadjes. Vader ging op het steeltje zitten, waardoor het bolletje zaad tegen de grond boog, en hij zo de zaadjes maar af te pikken had. Het duurde niet lang of de kleinen hadden het door. Oh, wat leren die jongskens toch vlug!
De eksters, de enige vogels die een mitrailleur kunnen nabootsen, hebben dit jaar niet veel gelegenheid gehad om de juvenielen (kleine vogeltjes) als lekkernij aan hùn jongen aan te bieden. Onze klimop biedt zo’n goede schuilgelegenheid dat het wel een doolhof lijkt. En de blauwzwarte klimopbessen verschaffen de merels de lekkerste snoepjes. Toen ik eens schoffelde in onze hof en mijn xxx (biep) gekeerd had, zag ik nog juist hoe een ekster een dikke teerling (pier in het Nederlands) naar binnen werkte. Dit zijn even goede proteïnen (eiwitten) als een mussenjong dacht ik. Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een televisieprogramma waar een kerel voor een weddingschap een bol pieren moest naar binnen werken. Even kreeg ik de neiging om te kokhalzen. In vergelijking met eksters en merels hebben wij, mensen, het nog zo slecht niet.
De gelukkige natureluurder 1 gedeeld door 2 is 2Deze week merkte ik op dat een merel in onze hof nestmateriaal aan het verzamelen was. En wat opviel, zij (het is een vrouwtje!) kwam steeds terug in ónze hof terwijl mijn rechtse gebuur Fillemong geen bezoek gegund werd. Ik vertelde dit fier aan Clemang, mijn linkse gebuur die veel weet van de natuur en in het bijzonder van merels. Fillemong heeft zijn hof reeds omgedaan (omgespit) terwijl de onze er nog steeds in zijn winterkleed bijligt. De vogels vinden hier heel wat nestmateriaal zoals takjes en bladeren, verdroogde prinsessenstengels en andere interessante bouwmaterialen. En allemaal van de kringloopwinkel. Bij deze bent u dus gewaarschuwd: niet te vlug omsteken, of geen vogelnesten! Via Clemang ben ik dit jaar aan biologisch aardappelplantgoed geraakt. Eens benieuwd of ons Jeanine dit zal smaken. Ik ga lekker niks zeggen. Overigens viel dat plantgoed nogal groot uit. Ik heb het dus in twee gesneden en heb bijgevolg dubbel aantal plantpetatten. Dat deed me denken aan Denderbellebroek dat eveneens zou in twee gesneden worden indien de nieuwe weg er door komt. Dan hebben ze daar plots twee natuurgebieden. Clemang zei dat er niet mee te lachen valt. En hij is een autoriteit op dat vlak. Wie ook niet zullen lachen, dat zijn de koeien van Bellebroek. Ze zullen verschieten als ze daar voor de eerste keer in plaats van een trein, een file auto’s zien voorbij schuiven. En die beesten hebben het al moeilijk genoeg. Zo krijgen ze nu weer de schuld dat ze te veel boeren en winden laten zodat de uitstoot van metaangas drastisch de hoogte ingaat en het broeikasteffect nóg wordt verergerd. Bella, ik koe van you, spijtig dat uw wind stinkt naar rotte vis (visolie is naar het schijnt goed om dat tegen te gaan). Onlangs volgde ik eens een interessante discussie tussen Fillemong en Clemang over de weldaden van onze leefwereld. Fillemong zegt dat de gebraden kippetjes ons in de mond vliegen, we hebben onze kwebbel maar te openen en te slikken. Na zijn betoog schudde Clemang eens meewarig met het hoofd. ‘Ge hebt het nog niet door’, antwoordde hij. Wij worden geleefd. Enkele lobby’s, (of hoort u liever netwerk?) waaronder de vreetlobby bepalen ons doen en ons denken. Toen hij vroeg om eens op te letten hoeveel er reclame gemaakt wordt rond eten, moest ik het ook toegeven. Kookprogramma’a, kookboeken van zangers en politiekers, reclamespots tussen de TV-uitzendingen en in tijdschriften, eetfestijnen à volonté, …Zelfs heelder bijlagen bij kranten die gewijd zijn aan vreten en zuipen. Maar, het wordt verkocht als fijnproeverij. Tot eer en glorie (lees: geld) van de fokkers en de multinationals. Clemang zei dat het nog erger was dan bij de Romeinen aan de vooravond van het groot verval. En dat zou zeer erg geweest zijn! ‘Geef maar beuzze Geraar.’ De Geraars kunnen niet meer volgen. Geraar de stier en Max de beer (mannelijk varken) beleven er geen plezier meer aan. Kunstmatige bevruchting en klonen lijken de uitkomst om te kunnen voldoen aan de productie. En na de beesten te hebben gekloond, is het de beurt aan het menselijke ras. Mannen zouden naar het schijnt een uitstervende soort worden, vermits vrouwen op hun eigen kunnen kindekens kopen. Onze vereniging die ijvert voor het behoud van uitstervende rassen zou best wat meer op haar poot spelen. Ik wil geen Geraar zijn of geen Max. Stel u voor dat ik aan ons Jeanine binnenkort moet vragen om eens een kindje te kopen waar ik ook voor iets tussen zit. Maken wij deze afspraak: U draagt, wij vraaien.
De gelukkige natureluurder Pleuronectes platessa! Op het nieuwe jaardoor de gelukkige natureluurder De Pleuronectes platessa is het Latijnse woord voor schol, een soort platvis. Soms zegt men ‘Schol!’ ook vóór men van zijn pint drinkt. En men hoeft daarbij geen vis te eten. Schol dus op het nieuwe jaar 2003! Overigens heb ik deze week Clemang, mijn gebuur die veel weet over de natuur en over de zeevissen, horen zeggen dat er niet veel meer te schollen of te kabeljauwen (Gades morrhua) valt in onze Noordzee. Ik en ons Jeanine hebben al overlegd om over te schakelen op vis in conservendozen van een bekend goedkoop warenhuis, waarvan ik de naam helaas niet mag noemen omdat ze geen reclame maken in dit boekje. Ge kunt het echter gemakkelijk te weten komen met al die reclame tegenwoordig (hebt u hem, … al die…). Weg die zorgen voor ‘s vrijdags-visdag, laten we vrolijk eens plannen wat we dit jaar op natuurgebied hopen te beleven. Zo ga ik me inschrijven voor de cursus ‘grassen’. Clemang moest daar eens mee lachen. Ge weet toch wel dat ze de groenen ‘graseters’ noemen, zei hij. Dat is juist iets voor u! Graseter of niet, het lijkt me een uitdaging om bij een wandeling met ons Jeanine alle grassen te kunnen benoemen die we onderweg tegenkomen. Veel weet ik daar nu niet van: Gazon, Voetbalgras, Grasduinen, Onkruidgras ook wel ‘Vuil’ genoemd, Peeën, Hooi, … Wat zal ik er fier naast ons Jeanine bijlopen binnen enkele maanden: Dravik, Zwenkgras, Gestreepte witbol, Vossenstaart, Ruw beemdgras, enz. Alleen spijtig dat de cursus start op een vrijdag de dertiende juni. Ik ben helemaal niet bijgelovig maar na die verschrikkelijke Keltenverhalen van Opper-Kelt François weet ge maar nooit. Ook ga ik mee zoeken naar de fauna en flora-moppen die Clemang bijeen sprokkelt. Fauna en flora-moppen zijn grapjes die steeds iets te maken hebben met een dier of plant. Eentje uit de trommel van Clemang: ‘Het zit opgerold in een bokaaltje met azijn en het ziet zwart. Wat is het?’ Antwoord: een molrops!
Buiten moppen en grassen verzamelen staat ook het vogelwaarnemen op het programma. Zo zeul ik steeds mijn joekel ( Nederlands voor kanjer) van een verrekijker mee op stap. Ons Jeanineke zegt dat hij me goed staat en dat iedereen kan zien dat ik iets van vogels afweet. Veel ben ik daar echter niet mee want wanneer ik een pluimen zangertje waarneem en het wil bekijken, duurt het nogal wat eer ik dat ding bijgesteld heb. Gewoonlijk is de vogel gaan vliegen. De Schelde maakt echter veel goed. En wanneer ik de machtige dijk beklim, nadat het galmende klokkenspel van het schilderachtige kerkje is uitgestorven, fluistert de Scheldemuze me zachtjes in het oor:
De deinende halfstille waters strekken hun handen uiten op hun golvende palmen dragen ze de eendjesdie slobberen naar het opwarrelende zand.Een oude knobbelzwaan komt moeizaam losuit de omstrengeling van de rivier.Ze vliegt op haar laatste vleugels.Ik staar haar na tot een witte wolkhaar laatste puntje heeft uitgegomt …
Bij deze een Gelukkig Nieuwjaar toegewenst De gelukkige natureluurder
Ontmoeting met de vosDoor de gelukkige natureluurder november 2002 Toen ik enkele jaren geleden in de natuurwereld verzeilde via Clemang, een gebuur die daar héél veel over weet en over andere dingen ook, had ik totaal geen idee wat ik nog zou meemaken in deze toch wel fascinerende wereld. En op de keper Jean-Marie beschouwd, maken wij mensen er voortdurend deel van uit. Of we dat nu willen of niet. Zo vroeg ik eens aan Fillemong, mijn andere gebuur (en een wortel eerste klas), wat hij zou doen moest er nu eens geen zuurstof meer zijn. Weet ge wat hij antwoordde? “Dan ga ik in de kliniek aan een prutteldarmpje liggen.” Precies of er dan nog verpleegsters zullen zijn om zo een plastieken mombakkes over zijn kop te trekken. Die mens begrijpt helemaal niets van de systemen die deze aarde leven bezorgen! Dan hang ik nog liever over de draad om wat met Clemang te keuvelen over het leven en zo. En als we het al eens hebben over het vrouwvolk (als ons Jeanine naar de winkel is) dan steek ik daar altijd wat van op. Clemang vroeg me een maand geleden of ik geen goesting had om een vos te bezichtigen. Ik was wat argwanend, want met Clemang weet ge nooit. Maar neen, hij vroeg het serieus en het spreekt vanzelf dat ik ja antwoordde. We spraken af om de week nadien eens vroeg op te staan en onze groene kledij aan te doen kwestie van niet op te vallen wanneer een vos ons nadert. Want Clemang zei dat vossen zeer schuw waren omdat de mensen deze dieren niet lusten: - De jagers, omdat ze denken dat vossen hun fazanten vangen. Dit klopt omdat fazanten dikwijls tam zijn van in de volière te zitten. -De milieujongens omdat hun afvalkiekens (door de gemeente geschonken) doodgebeten worden. Niet waar want nog geen enkel geval gemeld aan Jeang, de wijkagent. -De pelsenkwekers omdat vossen stinken als de pest! Als ge een vossenbontmantel in de rij hangen hebt, stinkt heel de winkel er naar. Ik hoop dat dit klopt. -De kakmadammekens omdat ze vies zijn van de vossenlintworm. Ik denk dat vossen eerder vies zijn van de kakmadammekens. -De apothekers omdat de vossen geen hondsdolheid meer krijgen en ze blijven zitten met hun medicamenten. -De groene jongens omdat ze heelder dagen camions vossen moeten gaan ophalen naar het buitenland via sluikwegen. En als ze wind af hebben: stinken meneer den doktoor! Alleen de boeren zijn er content mee omdat vossen de hazen en de konijnen opeten. Konijnen knagen nogal wat bieten af. Bovendien trappen de vossen niet op de vruchten, in tegenstelling met de jagers, waar er lomperiken bijlopen die nogal wat ravage aanrichten. Zo gezegd, zo gedaan. Clemang verwittigde de conservator van het natuurreservaat die ook zou komen, maar als puntje bij paaltje kwam niet uit zijn bed geraakte. En zo tuurden Clemang en ik met onze verrekijker de horizon af in de hoop van een vos te kunnen bezichtigen. We waren zo stil als we konden en vermeden van op dorre takken te trappen. Clemang had er voor gezorgd dat we tegen de wind in liepen zodat de vos niet kon kennis maken met onze lijfreuk. (Clemang ruikt soms een beetje naar het zweet.) Maar hoe stil en voorzichtig we ook waren, de slimme vos liet zich niet bewonderen. Ineens vond Clemang een vossekeutel van nog geen dag oud. Toen ik hem vroeg waarom hij die in zijn zak stak, vertelde hij me dat hij aan de hand van de resten in de uitwerpselen het vossenmenu kon samenstellen. We besloten om terug te keren en op een later tijdstip nog eens een poging te wagen. Dat van die keutel heb ik aan ons Jeanine verteld ná het noenmaal. ’t Is ook wel natuur maar op dat moment lust ik ook geen vossen…
Voorbij die mooie zomerdoor de gelukkige natureluurder - september 2002 Er is weer van alles gebeurd sinds ons jongste ledentijdschrift is verschenen. Tiens, ons ledentijdschrift heeft nog steeds geen naam. Wat dacht u van het Natureluurdertje? De Ronde, de voetbal, de overstromingen, Eddy Wally die 70 jaar werd! U merkt het, belangrijke dingen in een mens zijn leven. Dat van die overstromingen had Clemang voorspeld. (Clemang is mijn linkse gebuur en die weet veel van overstromingen en andere natuurlijke rampen.) Ik zie het hem nog zo zeggen, het was een warme dag en hij leunde over de haag in zijn bloot bovenlijf. ‘Eens zal de zondvloed komen, hier of op een ander, maar komen zal hij!’ En hij meende het want het haar op zijn schouders kwam recht omhoog. Clemang beweert dat binnenkort de wachtbekkens van geen nut meer zullen zijn. Eens die vol water staan zal de regio volledig onder water komen, indien het verder blijft regenen natuurlijk. Door de aanleg van die wachtbekkens is immers de oppervlakte van het natuurlijke valleigebied verminderd. Clemang zei ook dat de regens van nu hem schrik inboezemen. ‘Het zijn moessenregens’, zegt hij, ‘we evolueren naar een tropisch klimaat’. Hij vertelde dat zelfs de getuigen van Jehova er niet meer gerust in zijn. En hij haalde het tijdschrift boven dat ze daar verleden week bij hem achterlieten. Ons Jeanine reageert dan met te zeggen dat het allemaal zo erg niet is. Bovendien sparen die uren méér-zon haar twee beurten uit onder de zonnebank. Ze oogt dan nog wel niet zo bruin als de armen van koereur Frank Vandenbroucke, maar ik merk wel het verschil. Overigens, nu die Frank toch in de buurt woont en steeds op zoek is naar zijn eigen, zou die niet eens een therapie gaan volgen bij medidatie-natuurtherapeutespecialiste Moniek De Clercq? (*) Ik zal haar adres eens in zijn bus gaan steken. Voorbij dan maar die mooie zomer. Wat deden de wandelingen deugd op de dijk van Vlassenbroek met ons gebruinde Jeanine aan mijn zijde. Het klotsende Scheldewater schuurt nog steeds langs de brute kasseistenen aan de waterlijn. Het zandzwangere water trekt strepen langs de kant. Luchtbelletjes worden geboren en komen boven water. Piep, en ze zijn weer weg. Even ‘Goedendag!’ zeggen aan kunstenaar Jean Steeman. Dan dalen wij af naar de laaggelegen polder en kuieren mijmerend langs de poedelige schaapkens in de groene wiegende weeën (weiden). Heerlijk is dat! Bij de laatste wandeling werden we wel voortdurend belaagd en zelfs gestoken door onvriendelijke dazen zodat we de laatste hectometers al zwetend aflegden in mars-tempo, als bezetenen rondzwaaiend met een wilgentak. Nu begrijp ik beter waarom Magda Aelvoet de staart van de paarden wou laten staan … *Vaste tarief voor sluikreclame: 2 pinten. Eksters en kraaiendoor de gelukkige natureluurder - juni 2002 Ja, het was me weer een weekje. Fillemong, mijn rechtse gebuur had kuikentjes. Of liever, zijn kloek. 10 gele donzige sponsdingetjes liepen in het kiekenkot met Matil (zo heet de moederkip). Zijn haan zo fier als een gieter en de andere vier kippen dachten al dat ze suikertantes waren. Waarlijk een vredig gezicht! Ik ging dagelijks eens kijken over de afsluiting. En zelfs Clemang, mijn linkse gebuur en kiekenkotkenner, had de moeite gedaan om eens te komen kijken. Fillemong sprak reeds over lekkere scharreleieren van de eerste kippen die hij zelf zou opkweken. Zijn vrouw, Marie, had een boekje gekregen van ons Jeanine waarin allerlei recepten met eieren afgedrukt stonden. Met foto’s om van te smullen: van Luikse wafels tot Veurnse pannenkoeken, van spiegeleieren tot Parmentiereieren (vraag me niet wat dit is, maar het klinkt gevuld). Fillemong sprak al van een eier-barbecue in te richten. Met een premie van de minister van Vlaamse Cultuur bovenop. Maar zie, na drie dagen waren er nog maar 9 kuikentjes over, na vier dagen nog 8, na … Toen hij na twee dagen rattenvergif nog maar 4 kuikentjes meer over had en er tot overmaat van ramp 2 verdronken tijdens een stortbui, zag hij op een morgen hoe een ekster er vandoor ging met het voorlaatste kuikentje. Dat was dus de dader en niet de ratten! Het laatste kuikentje wordt nu gekoesterd alsof het een jong is van een zee-arend. ’s Avonds wordt het binnen gehaald en als Fillemong ’s morgens uit de veren is, zet hij het bij zijn kloeke moeder Matil. Gisteren vloog er een kraai nogal laag over en de haan maakt zo alarm dat iedereen naar buiten stoof naar het kiekenkot. Zit het er nog? Ja het zat er nog maar ik denk dat het een verwend kieken zal worden. de gelukkige natureluurder
Paartijddoor de gelukkige natureluurder - april 2002 Binnenkort is het weeral van
dat: de lentekriebels werken op de hormonenspiegel en van ‘spelen komen kwelen’.
De mannetjes zijn weer getooid met hun schoonste veren en de vrouwtjes laten
zich erdoor verleiden. Een natuurlijke jaarlijkse traditie en één van de
doelstellingen van het bestaan: zich vermenigvuldigen.
2002: veel nieuws onder de zondoor de gelukkige natureluurder - januari 2002 |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website
verzenden aan
geert.vandamme@meerskant.org.
|