De Gespoelde Put in het Groot Broek te Moerzeke/Hamme
Historiek en natuur. Marcel De Vriendt schreef
al een ander samen over de historiek van deze streek. Speciaal voor het
afdelingsboekje van Natuurpunt ‘sHeerenbosch schreef hij in 1996 onderstaande
bijdrage.
Over het gebruik van de gronden langs de Schelde
in het Land van Dendermonde bestaan reeds documenten uit het begin van de 9de
eeuw. Alhoewel de ontginning met handenarbeid gebeurde, moet men zich het werk
toch niet a! te moeilijk voorstellen. De moerassige gebieden werden begraasd
door schapen maar vooral moet men zich de Schelde voorstellen zonder getijden.
De Schelde had nog een neerslagregime waardoor de vallei slechts overstroomde
onder de invloed van neerslag.
Na het doordringen van het getijregime in de loop
van de l2de eeuw kwam daarin grote verandering. Vanaf het midden van de l3de
eeuw is in de documenten sprake van bedijking.
Vanaf de 15de eeuw hadden de Moerzeekse broeken
hun dijkbegrenzing. De inpoldering van de gronden het dichtst bij de Schelde in
Kastel gebeurde in de 16de eeuw. Op een kaart uit 1571 staat een dijkenpatroon
dat ongeveer overeen komt met de tegenwoordige toestand. De vorming en het in
gebruik nemen van de schorren waren voltooid op het einde van de l7de eeuw. Op
een kaart van 1630 ontbreekt het tegenover St.-Amands gelegen Sint-Amandsschoor.
Dit schoor ontstond vanaf 1700. Eeuwen bleef de toestand ongewijzigd. De broeken
werden gecontroleerd bevloeid in de winter. Uitzonderlijke hoge waterstanden met
dijkdoorbraken en overstromingen in de winter veroorzaakten slechts beperkte
schade en gaven weinig zorgen.
Het slecht onderhouden van de dijken kan hierdoor
verklaard worden. De dijken waren vooral een bron van inkomsten door de
begrazing en de aanplanting van bomen. De percelen in de broeken werden ook meer
en meer omgezet in akkers.

*:
De Gespoelde Put in het Groot Broek te Hamme, een gebied met een rijke
geschiedenis, een uitgelezen gebied voor watervogels.
Detail van NGI-kaart 23/1-2
In de verslagen van de polderbesturen uit de
tweede helft van de 1 9de eeuw staan aanwijzingen over de schade door
overstromingen en de kosten voor het onderhoud van de dijken. De toestand wordt
echter dramatisch na de waterramp van 12 maart 1906. Maandenlang duurden de
overstromingen. Kastel was gans ontruimd en ook in een groot deel van Moerzeke
kwam het water in de huizen en stallingen. Door een groots opgezette hulpactie
konden vergoedingen worden uitbetaald. In een verslag staat: ‘Alhoewel de schade
buitengewoon opliep door verwoesting van meubels, kledingstukken, dieren en
beschadiging der zaailanden, kon dank aan de zelfopoffering van voormelde
commissie en der weldadige gevers in dermate aan ieder slachtoffer een
behoorlijke vergoeding toegestaan worden.”
De polderbesturen, de gemeentebesturen, het
provinciebestuur en de bevoegde minister twistten enige tijd over de
verantwoordelijkheid voor de ramp en de kosten voor het onderhoud van de dijken.
Toch moet na een aantal jaren de ramp nog slechts een nare herinnering voor de
bewoners geweest zijn. Een aantal percelen die door zandafzetting onvruchtbaar
waren geworden werden bebost maar de meeste percelen werden weer geschikt
gemaakt voor landbouw. Extreem hoge waterstanden bleven uit en de dijken kregen
onvoldoende aandacht. De bevaarbaarheid en de economische betekenis van de
Schelde waren meer in de belangstelling.
In de vroege morgen van 26 november 1928 werden
de laag gelegen gebieden langs de Schelde vanaf de Durme tot Zeledijk opnieuw
getroffen door overstromingen. 18 bressen werden in de dijk geslagen en 3500 ha
kwamen onder water. De grootste dijkbreuk met een lengte van 120 m was in het
Groot Broek. Gedurende maanden stroomde water bij vloed door de opening. Het
geweld van het water spoelde een uitgestrekt wiel van 14 m diepte uit. De dijk
werd op deze plaats pas gedicht op 7 februari 1929. Tot april van dat jaar bleef
het Groot Broek overstroomd. Daarna waren de gronden niet direct bruikbaar door
de dikke laag zand die vele hectaren bedekte. Op 23 november 1930 werd het Groot
Broek, evenals gans de orngeving, opnieuw getroffen door overstromingen. Doordat
de dijkbreuken nergens zeer breed waren, bleven de gevolgen van deze ramp
beperkt. Het Groot Broek is sindsdien slechts op een beperkt deel gebruikt voor
landbouw.Vele percelen werden beplant met populieren Op het gewestplan van 1978
werd het centrale deel ingekleurd als recreatiegebied met daarrond een
bosgebied. Alleen de percelen langs de binnendijken hebben een bestemming als
landbouwgronden. Het Groot Broek werd trouwens niet opgenomen in de
grootschalige ruilverkaveling die in Moerzeke werd uitgevoerd in de periode
1975-1980.
De zware overstromingen van 1928 en 1930 hadden
weinig veranderd aan de dijkversterkingen. Groots opgevatte beveiligingswerken
kwamen er slechts na de Dijkenwet van 1979 en het opstellen van het Sigmaplan.
In de omgeving van het Groot Broek is de Sigmadijk zelfs nog niet uitgevoerd.
Vanop de bestaande smalle Scheldedijk (buitendijk) geven de zeer hoge
waterstanden bij springvloed, samenvallend met storm, een bedreigende indruk. De
verwaarloosde binnendijken werden wel verhoogd en verbreed in de periode
1931-1932. Zij moeten bij eventuele overstromingen het water buiten de bewoonde
zones houden.
Het enorme wiel dat ontstond in 1928 staat nu
bekend als de ‘Gespoelde Put’. Het open water heeft een oppervlakte van ongeveer
1,5 ha. Samen met de aangrenzende percelen is het wiel eigendom van de gemeente
Hamme. Op het gewestplan staat dit gebied ingekleurd als terreinen voor openbaar
nut. In 1972 werd aan de Scheldedijk een pompstation gebouwd. De Gespoelde Put
wordt ingeschakeld als wachtkom en ingericht als visvijver. De oevers zijn
versterkt en aan één kant is een geasfalteerde parkeerstrook aangelegd.
Marcel De Vriendt, oktober 1996 - foto's:
François Van Den Broeck
|