|
|
Uitstap Grootbroek Sint-Agatha-Rodezaterdag 4april 2009Enkele weken na onze daguitstap naar de natuurgebieden “De Fonteintjes” en “Uitkerkse Polders” plannen we opnieuw een uitstap. Deze keer gaan we, in de namiddag, naar een mooi natuurgebied in de omgeving van Leuven, namelijk het “Grootbroek” in Sint-Agatha-Rode. Het Grootbroek in Sint-Agatha-Rode is al sinds jaar en dag een favoriete observatieplek bij enthousiaste vogelliefhebbers uit de Dijlevallei. Aan de rand van de vijver werden al heel wat zeldzame vogels waargenomen. Tot enkele jaren terug was de vijver echter een privé viskweek- en jachtgebied. Recent is het gebied door de Vlaamse overheid gekocht. Na een tijd van plannen en beheersingrepen, is dit reservaat nu opengesteld voor het publiek. De oude kijkbarak werd vervangen door een mooiere houten kijkhut die door een wandelpad verbonden is met een gloednieuwe uitkijktoren. Eerst gaan we naar de gloednieuwe uitkijktoren. In de gracht langsheen het pad merken we al snel enkele dammen van de bevers die het hier kennelijk nog niet vochtig genoeg vinden. De bevers zelf krijgen we wellicht niet te zien.
Vanuit de uitkijktoren hebben we een schitterend uitzicht over alle biotopen van het Grootbroek. Als we aan de linkerkant kijken, zien we enkele kleinere ondiepe plasjes, met veel riet en lisdodden. Dit is het ideale levensgebied voor tal van rietvogels. In de winter zitten de meeste hiervan in warmere streken. Nu zie je misschien een rietgors of, met veel geluk, een roerdomp. In het voorjaar is het hier echter een kabaal van jewelste met krassende kleine karekieten, kwetterende bosrietzangers en fluitende blauwborsten.
De laatste kijkgaten zien uit op het pad waar we daarnet vandaan komen. Dat lijkt niet zo interessant, maar toch kan het een voordeel geven bij onze natuurobservatie. Vaak hoor je hier bijvoorbeeld vanuit het bosje tussen het pad en de Leuvense Baan het zachte fluiten van de goudvink. De kijktoren is dan ideaal om naar deze schuwe vogels te zoeken. Ze zitten immers meestal in de toppen van de bomen en die zijn heel wat beter te zien als we op dezelfde hoogte vertoeven. Aan de bosrand foerageren groepjes mezen. Naast de welgekende kool-, pimpel- en staartmeesjes, zien we ook de matkopmees, een soort die enkel in natte moeras- en bosgebieden voorkomt. Maar, lang genoeg gerust, tijd om wat verder te stappen: we keren terug naar het wandelpad en gaan naar de volgende kijkhut. Via een knuppelpad gaan we doorheen een oude verlandde viskweekvijver. In de kijkhut hebben we een wat intiemer zicht op de vijver dan vanuit de hoge uitkijktoren. Als je hier rustig wacht, heb je kans ijsvogeltjes in de leigracht te zien vissen. In de kleine rietkraag vlak voor de hut, zoeken waterrallen hun kostje bijeen en de Cetti’s zanger maakt zich kenbaar met zijn explosieve zang. De roerdomp houdt zich helaas beter verborgen. Als hij al te zien is, is het aan de overkant van de vijver en is hij slechts te bewonderen met de telescoop. Hieronder een lijstje van waarnemingen van verleden jaar tijdens die periode: Grutto, tureluur, bonte strandloper, groenpootruiter, witgat, watersnip, grote zilverreiger, zomertaling, matkop, rietgors, slechtvalk, kleine bonte specht, oeverzwaluw, boerenzwaluw, visarend, koekoek, kleine plevier, havik, kleine zwaan.
|
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website
verzenden aan
geert.vandamme@meerskant.org.
|