|
|
Te verwachten soortenSikkelsprinkhaan (Phaneroptera falcata) Een lichtgroene en niet al te grote sabelsprinkhaan (lijkt op verkleinde uitgave van de grote groene sabelsprinkhaan, Tettigonia viridissima), die met zijn goed ontwikkelde vleugels grote afstanden kan afleggen. Zijn vlucht doet zowaar aan een libel denken. De soort is aan een opmars vanuit het zuiden bezig. De eerste exemplaren werden in Limburg gezien, van waar hij nu ook in westelijke richting oprukt. Er zijn me nog geen waarnemingen uit ons werkingsgebied bekend, maar in Malderen is hij wel al gezien. Wie ziet deze soort voor het eerst bij ons?
Zuidelijk spitskopje (Conocephalus discolor) Een kleine sabelsprinkhaan die zich ophoudt in ruige, kruidachtige vegetaties. Is langvleugelig, maar kan niet goed vliegen. De soort is met weinig andere sabelsprinkhanen te verwarren, behalve met het Gewoon spitskopje (Conocephalus dorsalis). Deze laatste soort heeft doorgaans zeer korte vleugels, maar in zeldzame gevallen komen langvleugelige mannetjes voor. Een zekere determinatie is daarom niet zo eenvoudig. Wanneer ben je zeker dat het om het zuidelijk spitskopje gaat? 1) Je vindt een langvleugelig vrouwtje (met lange legboor!) 2) Je vindt een hele populatie langvleugelige spitskopjes
De soort werd reeds gevonden in een paar bermen lang Leirekensroute.
Huiskrekel (Acheta domesticus) De meest bekende (en vaak als voedseldier gekweekte) krekelsoort. Is oorspronkelijk geen Belgische soort, maar kan zich in permanent verwarmde plaatsen (huizen, fabrieken, bakkerijen, zwembaden, …) makkelijk handhaven. Wordt in warme zomers ook geregeld buitenshuis gezien op plaatsen waar de dieren zich snel kunnen verstoppen. Op warme zomeravonden is het getsjirp van de mannetjes onmiskenbaar.
Hoornaar (Vespa crabro) De grootste Europese sociale (= leven met velen in één nest) wesp, merkelijk een stuk groter dan de gewone ‘limonade’-wesp. Laat zich ook wel in wespenvallen (met zoete lokmiddelen) vangen. De soort is niet agressief, maar boezemt toch ontzag in. Hoe zuidelijker in Europa, hoe talrijker je ze kan aantreffen. Bij ons nemen de waarnemingen geleidelijk toe.
Blauwzwarte houtbij (Xylocopa violacea) Eén van grootste Europese bijen die meer aan een hommel doet denken. Zeer zeldzaam in België. Komt af op bloemen van blauwe regen, vlinderbloemigen, lipbloemigen, composieten en ook wel roosachtigen. Zoemt luid, lijkt gevaarlijk.
Tijgerspin (Argiope bruennichi) Prachtige spin die vaak in het midden van haar web hangt. Geel zwart gestreept, ook poten zijn gebandeerd. In het web zit er onder het centrum vaak een dikke, witte zigzagdraad. Waarnemingen waren er vorige jaren uit o.a. Malderen en Buggenhout.
Glimworm (Lampyris noctiluca) Slakkenetend kevertje waarbij de vleugelloze vrouwtjes een groenig licht uitstralen op een mannetje aan te trekken. Ze zitten meestal verborgen tussen de vegetatie. De soort is inheems in Vlaanderen, maar verre van algemeen. Wordt in de zomermaanden geregeld langsheen Leirekensroute waargenomen.
Gouden tor (Cetonia aurata) Opvallende groen glanzende kever, verwant aan onze meikever. Is een bloembezoeker bij uitstek, vliegt snel op bij verstoring. Larven ontwikkelen zich in rottend hout. In Europa zijn er een aantal sterk gelijkende soorten. Duikt sporadisch op in Vlaanderen.
Neushoornkever (Oryctes nasicornis) Eén van de grootste Europese kevers, waarbij de mannetjes een hoornvormig uitsteeksel op de kop hebben. Kruipt traag. Maakt bij het vliegen een brommend geluid. Komt op licht af. Larven hebben warmte nodig en ontwikkelen zich in hopen rottend materiaal (houthaksel, compost, …). Is al een paar keer in ons werkingsgebied waargenomen, nadat ze in bedrijven of huizen waren binnengevlogen. In de houthakselhopen van de Aalsterse groendienst zijn permanent larven te vinden.
Bloedspuwer (of Reuzengoudhaan, Timarcha tenebricosa) Vrij grote, zwarte kever uit de bladhaantjesfamilie. Trage loper met brede ‘voetjes’. Braakt soms rood vocht uit bij verstoring. Larven en kevers leven van walstro-achtigen (o.a. kleefkruid). Komt o.a. in de Zwalmstreek voor.
Bidsprinkhaan (Mantis religiosa) Onmiskenbaar insect met biddende voorpoten waarmee prooien worden gevangen. Volwassen dieren zijn gevleugeld en kunnen behoorlijk vliegen. Leven in ruigtes waar ze jagen op andere insecten. Ze hebben een enorm beweeglijk lichaam, beet is pijnlijk. Komt voor in het uiterste zuiden van België, één bekende waarneming uit Aalst maar wilde herkomst is twijfelachtig. De soort wordt immers soms ook in terraria gehouden.
Zangcicaden Deze groep van doorgaans grote insecten, met heel wat Europese vertegenwoordigers, staat bekend om het enorme lawaai dat de mannetjes produceren. Het typische ‘zomeravondgeluid’ in mediterrane gebieden komt meestal van cicaden (i.p.v. krekels). Leven van plantensappen en houden zich voornamelijk op in bomen. Eén minder opvallende soort bereikt België. Andere soorten worden soms waargenomen (o.a. in 2003 langsheen Dender in Geraardsbergen), maar wilde herkomst valt te betwijfelen. Kunnen bv. meereizen met vrachtwagens of toeristen vanuit het zuiden.
Pyjamawants (Graphosoma lineatum) Opvallende zwart-rood gestreepte wants die nagenoeg uitsluitend op de bloeiwijzen van schermbloemigen voorkomt: wilde peen, zevenblad, engelwortel, berenklauw, …). Zit zelden alleen op een plant. Is aan duidelijke opmars bezig.
Pijlstaartvlinders
Binnen de groep van de nachtvlinders nemen de pijlstaarten een opvallende plaats in. Het gaat meestal om grote soorten die in een kolibrie-achtige vlucht nectar uit diepkelkige bloemen halen. Ze beschikken daarvoor over een lange roltong. Er zijn ook enkele soorten die als vlinder geen voedsel opnemen. De grote rupsen hebben doorgaans een stekeltje op het achterlijf, waaraan de familie zijn naam dankt. Een paar soorten zijn echte trekvlinders, die vanuit het zuiden in wisselende aantallen ons land bereiken. Sommige jaren zijn ze helemaal afwezig.
1. Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum)
De enige overdag vliegende soort. Soms heel algemeen, andere jaren afwezig. Komt vooral op rode bloemen af (pelargonium, petunia, buddleia, …). Arriveert vooral vanaf eind mei, soms al in april.
2. Ligusterpijlstaart (Sphinx ligustri)
Inheemse soort, die de laatste jaren opvallend veel werd waargenomen. Grote vlinder met roze gebandeerd achterlijf. Rupsen zijn gigantisch en leven op liguster, Chinees klokje, Gelderse roos, es …). Ze haalden omwille van hun afmetingen een aantal jaar geleden de lokale pers.
3. Windepijlstaart (Agrius convolvuli)
Gigantische trekvlinder die vooral rond siertabak, petunia en vlambloem wordt gezien. Rupsen (groen of bruin) leven op haag- en akkerwinde. Soms vrij algemeen, meestal zeldzaam. Vlinders zijn te verwachten vanaf juni, rupsen vanaf half juli.
4. Doodshoofdvlinder (Acherontia atropos)
Zeer grote trekvlinder die geen bloemen bezoekt maar in bijenkasten op zoek gaat naar honing. Prachtige rupsen (geel of bruin) leven vooral in aardappelvelden, waar ze soms hele vlekken kaalvreten. Vlinders verschijnen al in mei, rupsen vooral vanaf half juli. Bij voorkeur waargenomen dieren vangen en bezorgen aan Ruben.
5. Gestreepte pijlstaart (Hyles lineata)Middelgrote nachtvlinder en zeer snelle vlieger die onze contreien vanaf juni bereikt. Uiterst zeldzaam in ons land. Rups op druif en walstro.
6. Wolfsmelkpijlstaart (Hyles euphorbiae)
Hoofdzakelijk bruine pijlstaart met rood op achtervleugels. Warmteminnende soort waarvan de rupsen op wolfsmelksoorten leven. In Vlaanderen geregeld in de kuststreek, elders zeer zeldzaam.
7. Teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina)
Soort die zich pas recent in Vlaanderen heeft voortgeplant (rupsenwaarnemingen in Opoeteren en Wetteren). Kleine pijlstaart met groenachtige vleugels. Uiterst zeldzaam. Rupsen hebben geen ‘pijlstaart’ en leven op wilgenroosje en basterdwederiken.
Gamma-uiltje (Autographa gamma) Klein trekvlindertje dat vanaf mei in ons land kan worden gezien. Vliegt zowel ’s nachts als overdag. Bezoekt graag buddleia. Op elke voorvleugel staat een witte Griekse letter gamma.
Sint-Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) Vlindertje uit de familie van de beervlinders met zwarte en rode kleuren. Rupsen zijn heel bekend als ‘zebrarupsen’. Ze zijn geel-zwart gestreept en leven op jacobskruiskruid. Heel talrijk in de kustduinen. De laatste jaren ook gezien op de Scheldedijk in Dendermonde en in Bellebroek.
Eikenprocessievlinder ( Thaumetopoea pityocampa) Relatief onbekende vlinder, in tegenstelling tot zijn rupsen. Deze leven en verpoppen in grote groepen bij elkaar in spinsels. Ze zijn bezet met lange haren die een branderig en jeukerig gevoel op de huid veroorzaken. Vooral op zomereik. Steeds talrijker in Limburg, ook in de rest van Vlaanderen zich verspreidend. Waarnemingen o.a. uit Lebbeke. OPGELET: de rupsen niet met blote handen aanraken. Huidirritatie kan zeer lastig zijn en dagen aanhouden. Sommige mensen reageren er bovendien zeer hevig op.
Atalanta (Vanessa atalanta) Trekvlinder bij uitstek, meestal talrijk. Onmiskenbaar uiterlijk. Verschijnt in België vanaf eind april - begin mei. Waarnemingen in maart of begin april kunnen wijzen op overwinteraars en mogen dus doorgestuurd worden. Vanaf mei zijn waarnemingen volstrekt normaal.
Distelvlinder (Vanessa cardui) Zelfde verhaal als atalanta, maar doorgaans iets minder talrijk.
Oranje luzernevlinder (Colias coceus)
Trekvlinder waarvan de pop onze winters normaal gezien niet kan overleven. Vlinders verschijnen hier normaal gezien in de zomermaanden. De Gele luzernevlinder (Colis hyale) lijkt wat op deze soort, maar is nog zeldzamer.
Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) Zo goed als verdwenen vlindertje met schitterende parelmoervlekken op de onderzijde van de achtervleugels. Kan na warme jaren soms weer (tijdelijke) populaties in Vlaanderen vormen. Rupsen leven op wilde viooltjes.
Keizersmantel (Argynnis paphia) Zeer zeldzame standvlinder in Vlaanderen, o.a. nog in de omgeving van Gent. Zwervers kunnen overal gezien worden, ooit ook al in het Dendermondse. Heeft warme zomermaanden nodig. Rups op wilde viooltjes.
Rouwmantel (Nymphalis antiopa) Vroegere standvlinder, tegenwoordig bijna enkel als zwerver. Grote vlinder die in warme jaren meer wordt waargenomen.
Oranje zandoogje (Pyronia tithonus) Warmteminnend vlindertje dat overigens volstrekt algemeen is in ons land. Alleen valt onze afdeling in een grote blinde vlek van het verspreidingsgebied van deze soort. Slechts enkele waarnemingen zijn bekend. Het oranje zandoogje houdt zich graag op in droge graslanden en bezoekt bloemen van o.a. braam. Waarnemingen doorsturen
Opsturen naar:Ruben Meert 052/ 39 74 77 |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website
verzenden aan
geert.vandamme@meerskant.org.
|