Insecten uit het zuiden
Start | Omhoog | Inhoud | Zoeken | Lid worden | Steunen | bestuur

Start
Omhoog
Insecten gezien?

Zorgt de warme winter voor een topjaar onder de insecten?

 

Heel wat vlindersoorten die in de zomer naar onze contreien vliegen, zijn in geen enkel stadium van hun ontwikkeling bestand tegen (strenge) vorst. Voorbeelden hiervan zijn Atalanta, Distelvlinder, Windepijlstaart, Kolibrievlinder en Doodshoofdvlinder. Nu stellen we de laatste jaren vast dat bv. atalanta en kolibrievlinder soms worden waargenomen in februari - maart. Het is vrijwel uitgesloten dat deze trekvlinders op dat moment reeds een trekvlucht vanuit Afrika of het zuiden van Europa achter de rug hebben, wat het vermoeden aanwakkert dat ze hier milde winters kunnen overleven. Wanneer voldoende exemplaren gezond de winter uitkomen, kan er zelfs onmiddellijk aan nageslacht worden gedacht. Al deze factoren kunnen dus de status van zo’n ‘migrant’ veranderen in ‘inheemse vlinder’. Voor dat laatste is het noodzakelijk dat de soort zich het hele jaar door in ons land weet te handhaven.

Insecten hebben een welbepaald verspreidingsgebied. De grenzen van dat gebied hebben grotendeels te maken met klimatologische omstandigheden. Soms heeft de temperatuur een rechtstreekse invloed. Zo heeft de Grote nachtpauwoog nood aan zeer warme temperaturen om zich te kunnen ontwikkelen en komt hij niet noordelijker voor dan midden Frankrijk. In het andere geval is de lengte van de zomer bepalend voor het al dan niet voorkomen van een soort. De Gewone bidsprinkhaan sluipt in de lente uit het ei en groeit daarna zeer langzaam. In Mediterrane streken bereiken bidsprinkhanen pas rond augustus hun volwassenheid, waarna ze nog op zoek moeten naar een partner en vervolgens eitjes leggen. Met de (ginder althans) warme maanden september en oktober nog in het verschiet, is dat geen enkel probleem. Tijd zat! Een bidsprinkhaan zou bij ons dus in principe best in leven kunnen blijven, maar het dier kan het in onze vrij korte zomer niet tot volwassen insect schoppen, laat staan zich voortplanten. In het uiterste zuiden van ons land komt de soort wčl voor en bereikt daar de meest noordelijke regionen van zijn verspreidingsgebied.

Het zuiden van ons land is echter maar 200 km van ons verwijderd. De sprongen die de temperaturen recent maken, kunnen voldoende zijn om de omstandigheden van enkele ‘nabije’ soorten dermate te verbeteren, zodat ze zich hier thuis voelen. Insecten en andere geleedpotigen staan niet voor niets bekend als kweekmachines: ze kunnen nieuwe gebieden heel snel koloniseren.

Enkele soorten hebben het de voorbije 10 jaar bewezen dat het kan. Daar waar vroeger Vlaamse waarnemingen zeldzaam of onbestaande waren, worden Sikkelsprinkhaan, Zuidelijk spitskopje, Zuidelijke boomsprinkhaan, Zuidelijke glazenmaker (bemerk het adjectief ‘zuidelijk’), Neushoornkever, Pyamawants, Glimworm, Hoornaarwesp, Ligusterpijlstaart en Tijgerspin steeds vaker opgemerkt. De warme juli-maand 2006 heeft ons land overspoeld met zeldzame en bijna verdwenen vlinders als Kleine parelmoervlinder en Rouwmantel.

Hoewel al deze vaststellingen het hart van een insectenliefhebber even sneller doen slaan, wijzen ze natuurlijk op een gigantische klimatologische aardverschuiving met waarschijnlijk desastreuze gevolgen op lange termijn. Toch kunnen deze waarnemingen bijdragen aan de algemene alertheid omtrent dit probleem. Daarom een warme oproep om volgende waarnemingen door te sturen:

  •  in uw omgeving duiken warmteminnende soorten op die u daar nooit eerder zag

  •  u ziet soorten op een ongewoon moment (er zijn in januari 2007 reeds meikevers gevonden…) of in onwaarschijnlijke aantallen

  •  de waarneming lijkt u ‘bijzonder’ voor Vlaanderen of België

 

We richten dit kleinschalig onderzoekje in de eerste plaats op ongewervelden zoals insecten en spinachtigen, maar ook andere dieren of planten kunnen uw aandacht trekken. We trachten echter meldingen van (zo goed als zeker) ontsnapte of verwilderde exemplaren te vermijden.

Op de website www.natuurpunt-sheerenbosch.be hebben we voor u een aantal oprukkende soorten en mogelijke kanshebbers op een rijtje gezet. Deze lijst is uiteraard niet limitatief. 

Klik hier voor een lijst van waar te nemen soorten

 Alles is welkom op ruben_meert@hotmail.com. Vermeld zeker soortnaam, aantal, datum en vindplaats. Voeg er eventueel een zelfgemaakte foto bij. Waarvoor dank!

 

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan geert.vandamme@meerskant.org.

Laatst bijgewerkt: 01 March 2008