|
Start Omhoog
| |
Wandeling Kravaalbos (Meldert/Mazenele)
Op zoek naar reën, boshyacinten,
en vooral genieten van het mooie landschap
zondag 29 april 2007
Samenkomst aan Baardegem-kerk
(14.30u)
Einde wandelig omstreeks 17.00
u
Aan te raden: stevig schoeisel
of laarzen (botten), lemige bodem.
Gids: Gustaaf Van Gucht
Kostprijs deelname wandeling:
gratis, voor de gids een hartverwarmertje.
Voor de liefhebbers zoeken we
een terrasje voor na de wandeling.
Het Kravaalbos is een overblijfsel van het vroegere koolwoud, waartoe ook het
Zoniënwoud, het Hallerbos, en ja, ook het Buggenhoutbos toe behoorden. De totale
oppervlakte van het Kravaalbos bedraagt ongeveer 80 hectare. Het bos zelf en de
onmiddellijke omgeving is zo’n 180 hectare groot en beschermd door een
Koninklijk Besluit. Het bos bestaat uit verschillende delen : Het Herenbos of
noordelijke gedeelte is gelegen in de gemeente Baardegem, het Armenbos is het
westelijke gedeelte en is gelegen in de gemeente Meldert en deels in de gemeente
Asse en tenslotte Vogelzang of het oostelijk gedeelte is gelegen in de gemeente
Asse. Het centrale gedeelte zelf heet dan Kravaal wat in feite “steenvallei”
betekent (“car” en “vaal”).
In de volle middelleeuwen kreeg het bos grote bekendheid omwille van zijn
steengroeven. Op initiatief van de abdij van Affligem begon de ontginning en
werden de zandstenen uit het grondwater gespoeld. De St.-Martinuskerk te Aalst
en de O.L.Vrouwkathedraal te Antwerpen werden met deze zandstenen opgetrokken.
Het hoogste punt van het Kravaalbos ligt op circa 75 meter boven de zeespiegel,
het laagste punt op 35 meter. Het eigendom is in handen van een drietal
particulieren en het is dankzij de good-will van de eigenaars dat het grootste
gedeelte van het Kravaalbos toegankelijk is voor het grote publiek.
Een gedeelte van Kravaalbos is in het gewestplan bepaald onder natuurgebied, een
ander gedeelte is natuurreservaat met wetenschappelijke waarde of
natuurreservaat en moet in zijn huidige staat bewaard blijven. De vijver en het
bronnengebied werden voor het publiek afgesloten en vormt de enige maatregel om
de oevergewassen te beschermen. De rijkdom van dit ongestoorde bostype wordt in
de hand gewerkt door de aanwezigheid van dit bronnengebied en men ziet op deze
plaats dan ook een dicht elzenbos met talrijke wilgen en een lage begroeiing van
waterminnende planten.
In
het eigenlijke bos, dat in de oorlogsjaren sterk te lijden had onder het
wegkappen van vele bomen, heeft de mens sterk ingegrepen en werden de tamme
kastanje, de es en de Amerikaanse eik aangeplant. Hier bestaat de ondergroei
vooral uit braam, zachte witbol en adelaarsvaren. De adelaarsvaren is echter een
beruchte plant die omwille van zijn sterk intensieve beworteling verstikkend
werkt op andere planten die zich willen vestigen. De boshyacint en de zachte
witbol kunnen zich echter handhaven doordat zij hun bladeren ontwikkelen nog
voor dat zij door de adelaarsvaren worden overdekt. Van de oorspronkelijke
vegetatie resten alsnog valse salie, lijsterbes, dalkruid, lelietje-van-dalen,
de bosanemoon en andere soorten.
Het Kravaalbos is tevens een overwinteringgebied van de buizerd en de ransuil.
Bovendien broedt er de voor onze streken zeer zeldzame fluiter, reeds in het
voorjaar kan men er de grote bonte specht horen roffelen. In de kruidlaag
broeden vooral kleine zangvogels zoals fitis en tjiftjaf. |