Oeverbeheer
Start | Omhoog | Inhoud | Zoeken | Lid worden | Steunen | bestuur

Start
Omhoog

Natuurvriendelijk oeverbeheer

Samenwerkingsproject tussen het stadsbestuur van Dendermonde, het polderbestuur Vlassen broek en de Wielewaal

De overstromingsramp van september 1998 heeft aangetoond dat teveel neerslagwater wordt afgevoerd en te weinig ter plaatse gebufferd of geïnfiltreerd wordt. Een actie die hieraan tegemoet komt is het verruimen van de waterbergende capaciteit van beken en rivieren.

Het stadsbestuur van Dendermonde heeft als concrete invulling op het terrein de aanleg van 6 moeraszones voorzien langsheen twee beken in de Vlassenbroekse polder. De twee waterlopen vallen onder het beheer van het Polderbestuur en de twee terreinen waarop de moeraszones worden aangelegd zijn in beheer van de Wielewaal.

Water horizontaal i.p.v. verticaal stockeren

of hoe ingrepen getijden en overstromingen beïnvloeden

Door een sloot te verbreden wordt de waterberging verhoogd en de overstromingskans verlaagd omdat het water dan horizontaal (in de breedte) i.p.v. verticaal (in de hoogte) gestockeerd kan worden. Dit principe is makkelijk illustreerbaar op de Schelde. Tot de 10e eeuw was het getijde op de Schelde maar merkbaar tot in Antwerpen. Door indijkingen na de 10e eeuw werd de getijdenwerking steeds verder landinwaarts gedwongen en ook het tijverschil werd steeds groter.

Door hoge dijken (nu op 8 meter!) aan te leggen kon het Scheldewater bij hoog tij of hoog debiet (bv bij hevige regenval) niet meer tijdelijk over de vele Scheldepolders verspreid worden, maar werd het gedwongen tussen de twee dijken te blijven. Hierdoor ontstaat een sterke stijging' van het waterpeil wat tot overstromingen kan leiden.

Om dit probleem op te lossen heeft men langs de Schelde een aantal “potpolders” ingericht. Dit zijn plaatsen, waar bij zeer hoge waterstanden tijdelijk een deel van het Scheldewater kan opgeslagen worden om te voorkomen dat het Scheldepeil verder in de hoogte zou stijgen.

In de streek van Dendermonde liggen enkele potpolders: Tielrode-broek (97 ha), Paardeweide in Wichelen (86 ha) en Scheldebroek te Zele (32 ha). Ze zijn te herkennen als laag gelegen gebieden zonder bebouwing, omgeven met een dijk en een plaatselijke verlaging van de Scheldedijk. Ook Uiterdijk (beter bekend als het maïsschor) te Vlassenbroek kan dienst doen als potpolder (via een sluis kan water binnengelaten worden).

 pas aangelegde moeraszone aan beek - foto's Gustaaf Van Gucht - één jaar later


6 moeraszones werden aangelegd langsheen twee beken in de Vlassenbroekse polder, waardoor het waterbergingsvermogen verhoogt én het leefmilieu van plant en dier verbetert.

Ecologische voordelen bij verbreden van waterlopen/aanleg van moeraszones

Niet alleen heeft het verbreden van waterlopen/aanleg van moeraszones een gunstige invloed op het waterbeheer, ook ecologisch heeft dat flink wat voordelen. De oever vormt een geleidelijke of steile overgang van een droge naar een natte zone en/of van hoger naar lager gelegen gebieden. Overgangszones vormen de basis voor natuurlijke diversiteit. Zo vormt de overgang water-land de basis voor de ontwikkeling van waardevolle karakteristieke oeverlevensgemeenschappen. Voor een deel zijn dit waterplanten zoals verschillende soorten Fonteinkruid en Waterranonkel, voor een deel zijn het landplanten zoals Wilgen, Elzen en grassen. Maar er zijn ook plantensoorten die praktisch uitsluitend aan het oevermilieu zelf zijn gebonden, bijvoorbeeld Riet, Grote en Kleine lisdodde, Mattenbies, Kalmoes en verschillende zeggesoorten. Hoe breder deze overgangszone (zwak hellend talud) hoe interessanter voor de ontwikkeling van typische oevervegetatie, die op haar beurt van groot belang is voor de fauna in het water en in de omgeving ervan. Deze zone kan dienst doen als paaiplaats voor vissen maar tevens als uitstapplaats voor zoogdieren die in het water terechtgekomen zijn en als schuiloord en voedselbron voor allerlei levende organismen.

Zo hebben roofvissen een plantenrijke oever nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen en handhaven. Voldoende roofvissen betekent een vermindering van de brasemstand, waardoor minder bodemopwoeling optreedt en zoöplankton zich beter kan ontwikkelen. Het effect hiervan is verbetering van de helderheid van het water (toename van Snoek en waterplanten) en vermindering van de algengroei door de toename van zoöplankton. Mede gezien het feit dat de oeverbegroeiing slibdeeltjes uit het water vastlegt, zal de waterkwaliteit door de aanwezigheid van een goed ontwikkelde oeverbegroeiing verbeteren.

Het is de bedoeling de oever spontaan te laten koloniseren en ontwikkelen met pionierplanten. We zijn benieuwd naar het resultaat en we hopen op meer van dergelijke samenwerkingsprojecten!

Lieve G  en Steven DS

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan geert.vandamme@meerskant.org.

Laatst bijgewerkt: 01 March 2008